top of page

De geschiedenis van SKAII: van eerste camera tot merk

  • 28 apr
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 7 mei

Voor er een merk was, was er een Olympus. En een papa die overal foto’s trok. Voor er een aanbod was, was er een Nikon D3100 en een paar vriendinnen die mee in de sneeuw stonden. Voor er een launch was, lag de camera enkele jaren in de kast.


Dit is het stuk dat over geschiedenis gaat. Niet over filosofie, niet over de aanloop naar nu, maar over hoe ik tot dit punt geraakt ben. Voor wie nieuwsgierig is naar het traject achter SKAII, begint het hier.


Dit is deel 1 van een drieluik over SKAII. Deel 2 gaat over de filosofie, waarom het SKAII heet en wat de lucht ermee te maken heeft. Deel 3 gaat over de aanloop naar de launch.


De camera van mijn papa

Mijn papa reisde veel voor zijn werk. En overal waar hij kwam, nam hij foto’s. Niet professioneel, gewoon omdat hij het graag deed. Hij heeft thuis nog enorm veel foto’s liggen uit die tijd, doosjes vol herinneringen die hij bewaarde op een manier die toen heel normaal voelde: letterlijk, op papier, in albums.


Mijn eerste camera kreeg ik van hem. Een Olympus, zo eentje van vroeger met een schuifklep voor de lens. Point en shoot, flash erop als het nodig was, klaar. Ik was een kind. Geen idee van compositie, geen idee van kleur. Ik trok gewoon foto’s van alles wat me raakte. Mijn vrienden, locaties, soms ook gewoon onnozele dingen. Mijn beste vriendin en ik gingen naar Indoor Plopsaland en ik had die camera mee. Sneeuwklassen in Frankrijk, we leerden skieën en ik trok foto’s tussen het skieën door. Op die leeftijd was fotografie niet bewust. Het was een reflex.


Daarna laadde ik de foto’s op in albums op Netlog en Facebook, van die albums met tweehonderd foto’s achter elkaar. Wie het zich nog herinnert weet dat die foto’s niet altijd mooi waren, maar dat was het punt niet.


Achteraf gezien is dat detail belangrijker dan het toen leek. Mijn papa trok enorm veel foto’s. Ik trek enorm veel foto’s. Fotografie was er in mijn leven voor ik een keuze maakte om fotograaf te zijn. Ze is eerder geerfd dan gekozen.


Olympus OM-D E-M1 digitale camera met een modern ontwerp en geavanceerde functies voor fotografieliefhebbers.

De eerste keer dat ik iets wilde maken

Tweede middelbaar. Twee andere klasgenoten hadden ineens een spiegelreflexcamera, en dat was toen the place to be. De kwaliteit, de kleuren, de manier waarop een portret ineens anders aanvoelde dan wat mijn Olympus kon. Ik was verkocht.


Ik kocht mijn eerste echte camera: een Nikon D3100 met een standaard 18-55 kitlens. Niets bijzonders, maar voor mij was het alles. Eén vriend had een Canon, een andere had een Nikon zoals ik, en we leerden van elkaar dat cameramerken verschillende kleurprofielen hebben. Een Nikon rendert anders dan een Canon. Die details vielen me op, en ik begon meer aandacht te krijgen voor hoe een beeld eruit komt, niet alleen wat erop staat. Dit is ook de periode waarin YouTube mijn leerschool werd. Ik kon uren kijken naar fotografen die hun hele bewerkingsproces uitlegden. Stap voor stap in Photoshop. Welke lagen, welke kleuraanpassingen, welke ruis, welke blur. Ik zat avond na avond met mijn iPad te kijken en daarna te experimenteren op mijn eigen foto’s. Nadoen, aanpassen, opnieuw proberen.

Eén naam bleef bij me hangen: Jessica Kobessi. Ze maakte high fashion street photography. Eén persoon, een stedelijke achtergrond, een sterke houding, een beeld dat zegt: hier sta ik, kijk maar.


Daarnaast keek ik graag naar America’s Next Top Model. Die combinatie lag waarschijnlijk aan de basis van mijn latere stijl.

Gelukkig had ik vriendinnen die altijd wilden meedoen. Na school, op vrije momenten, gewoon omdat het kon. Ze waren gek genoeg om overal mee naartoe te gaan: in de sneeuw foto’s trekken terwijl we halfbevroren onze hakken in het witte tapijt drukten, midden op een drukke baan voor de perfecte compositie die we al in ons hoofd hadden uitgetekend. Altijd mee, altijd creatief, altijd bereid om iets te proberen. Gotta love that.


Die vriendinnen hebben me gevormd zonder dat ze het doorhadden. Op die leeftijd al experimenteren, durven, fouten maken zonder dat iemand daar een probleem van maakt: dat is iets wat je niet kan kopen. Fiene, Valeria, Annelien. Ze stonden er toen, en ze staan er vandaag nog steeds. Drie van mijn regulars. Mijn beste vriendinnen én mijn modellen. Als er iets is in dit hele verhaal waar ik blijvend dankbaar voor ben, dan zijn zij het.


De jaren waarin het vlammetje klein werd

In 2016 begon ik Handelswetenschappen te studeren aan de universiteit. Niet omdat ik fotografie niet serieus genoeg nam, maar omdat ik nog niet het gevoel had dat ik er mijn leven op kon bouwen. En dan verdwijnt het vuur snel als je er geen aandacht aan geeft. Mijn vrienden gingen ook studeren. Geen tijd meer. Examens, stress, opdrachten. Van veel ervaringen op korte tijd ging het naar heel beperkt.


In 2020 begon ik te werken binnen rekrutering, en daar was er helemaal geen tijd meer. Je past je aan aan een werkregime, je bent moe ’s avonds, en je vrienden beginnen ook te werken. Iedereen die volwassen is, weet hoe dat gaat: je plant soms weken of maanden op voorhand iets, gewoon om elkaar te zien. Laat staan om een ervaring te organiseren. De camera lag letterlijk in de kast. Af en toe deed ik nog wel een kleine shoot, maar niet zoals vroeger. De passie was er nog ergens, maar de tijd en de energie niet. Het vlammetje was er nog, en niet veel meer dan dat.


En toch gebeurde er in die periode iets wat ik pas jaren later zou begrijpen: ik werd verslingerd aan K-POP. Niet alleen aan de muziek, vooral aan de marketing. De manier waarop K-POP-artiesten een album uitbrengen is niet te vergelijken met iets anders. Hoge budgetten, cinematografische muziekvideo’s, shoots met concepten die als kortfilms voelen, teasers weken op voorhand, een hele wereld die zich rond een album langzaam opent. Wereld opbouwen, niet reclame maken.

Ik keek ernaar zoals andere mensen naar series kijken. Elke roll-out was een studie. Welke teaser komt eerst, welke daarna, welke muziek, welk kleurpalet, hoe wordt spanning opgebouwd, hoe wordt de fan meegenomen in iets dat groter is dan één nummer.


Ik wist toen niet dat ik bezig was iets te leren. Pas achteraf begreep ik dat de jaren waarin de camera in de kast lag niet verloren waren. De fotograaf in mij sliep, maar de marketeer in mij stond op. En die zou later SKAII lanceren.


Wanneer het vuur weer vuur werd

2024. Binnen mijn rol kreeg ik de ruimte om marketingtaken op te nemen. Mijn manager zag wat er in me zat en gaf me de vrijheid om mijn fotografie- en videografieskills opnieuw in te zetten. Niet als hobby, maar als werk: campagnes, visuals, video’s. Dat heeft iets losgemaakt. Niet ineens, maar langzaam. Het vlammetje werd weer vuur.


Op een bepaald moment moest ik mezelf wel iets afvragen. De voorbije acht jaar had ik geen grote ervaringen meer opgedaan, en ik begon mezelf af te vragen: kan ik het nog wel? Ben ik het niet verleerd? Eerlijk? Ik wist het niet. Ik dacht dat ik het kon, maar zeker was ik niet. Wat ik wel wist, is dat ik het niet zou weten tot ik het weer probeerde. En dus deed ik dat.


In 2024, op de drempel van een heel nieuw hoofdstuk, was dat precies wat ik nodig had. Niet zekerheid, wel beweging.


Tot hier en verder

Dit is het verhaal van waar SKAII vandaan komt, in chronologische zin. Een Olympus, een Nikon, een camera in de kast en een marketingrol die de deur weer openzette.


Maar een geschiedenis verklaart niet alles. Waarom heet het SKAII en niet Daniel De Kind Photography? Waarom de lucht als rode draad? Waarom zwart en wit met spaarzame accentkleuren? Dat is een ander verhaal, en dat lees je in het volgende deel: de filosofie achter SKAII.

bottom of page